Een rare naam. De naam “Ouessant” komt van het Île d’Ouessant, een klein eilandje ten westen van Brest (Bretagne, Frankrijk) en de naam betekent dan ook “westelijk eiland”. Een Ouessant is dus zoiets als een westerse / westerling. Ouest = westen en wordt fonetisch weergegeven als uèst. Ouessant wordt weergegeven als uèssâ en op z’n Nederlands spreken we dan van een oe-es-sant.
Waarom zou je Ouessanten gaan houden? De Ouessant is het kleinste schapenras ter wereld; voor de rammen geldt een maximale schofthoogte van 49 cm en ze wegen omstreeks 20 kg, de ooien zijn 46 cm en wegen zo’n 14 kg. Ze zijn daardoor gemakkelijk te hanteren, ook als je het in je eentje zou moeten doen. Het is tevens een natuurlijk ras: gezonde dieren, waar weinig ziekten bij voorkomen, ze lammeren gemakkelijk af en ze hebben overwegend een goede melkgift. Bovendien krijgen ze per jaar meestal maar 1 lam. Het zijn sobere dieren, die gehouden kunnen worden op een relatief klein oppervlak.
Hoeveel dieren op hoeveel grond? Een schaap is een kuddedier, dus één schaap wordt niks. Een kudde bestaat minimaal uit twee dieren en dat kunnen twee ooien zijn of een ooi en een ram. Bij deze laatste combinatie moet rekening worden gehouden met gezinsuitbreiding na verloop van tijd. Castreren van de ram behoort tot de mogelijkheden, maar dat is niet aan te raden bij een zeer jonge ram, aangezien na de castratie de ontwikkeling van vooral de hoorns stagneert. En een mooie cirkelvormige hoorn is heel kenmerkend voor dit ras.We raden aan om 3 Ouessanten inclusief de lammeren te houden op 10 are = 1000 m2 grond. Van belang is de grond op te delen in drie percelen, waardoor de mogelijkheid ontstaat de schapen één keer per vier tot zes weken om te weiden. Hierdoor heeft de weide kans om zich te herstellen en vermindert de kans op wormen.
Wat eten ze? Schapen zijn graseters, dus herkauwers. Zolang er gras in de wei staat is dat de beste voeding. ’s Winters als er sneeuw ligt of als er geen eetbaar gras meer is kan er onbeperkt hooi gevoerd worden. Hooi is droog voer, dus zorg dan zeker voor water (extra aandacht tijdens vorstperiodes) maar ook de rest van het jaar moeten ze kunnen drinken. Ook een schapenliksteen (zout en mineralen) behoort tot de standaarduitrusting van een schapenhouder.Schapenbrokken voeren is niet noodzakelijk, maar wel leuk en de schapen zijn er gek op. Je kunt ze hiermee handtam maken, wat altijd gemakkelijk is als ze bijeengedreven moeten worden voor bv. het scheren of anderszins. Geef niet teveel brok, een flinke handvol is genoeg, en zeker geen andere dan schapenbrok i.v.m. de hoeveelheid koper.En houd er rekening mee dat een schaap het gras aan de andere kant van het gaas altijd veel lekkerder vindt dan op zijn eigen stukje grond. Stevig fijnmazig gaas voorkomt dat ze de kop door het gaas steken en er met hun oornummers achter blijven haken. En ook bomen, struiken en planten zijn niet veilig: bomen in het weiland afrasteren en vooral giftige planten (taxus en St. Janskruid o.a.) ver van het gaas houden.
Een stal of afdak nodig? De Ouessant is een natuurlijk ras, afkomstig van een winderig en nat rotseilandje. In principe kunnen ze het gehele jaar buiten verblijven en is een stal niet echt noodzakelijk. Maar in tijden van regen, sneeuw en kou waarderen ze enige beschutting wel. En aangezien ook het hooi droog moet blijven is het aan te bevelen, als er geen stal is, een afdak voor ze te maken waaronder ook de hooiruif een plaats krijgt. Aflammeren doen ze ook vaak gewoon in de wei, maar er zijn ook fokkers die ze dan op stal zetten om alles goed in de gaten te kunnen houden.
Verzorging. Schapen moeten geschoren worden en gewone schapenscheerders zijn niet erg blij met Ouessanten: alles is zo klein en de wol gaat er slecht af. Aan dat kleine kun je wennen: de tijd ervoor nemen en rustig scheren met een gewoon schapenscheerdermes. De wol gaat er het beste af als het lekker warm is (wordt het wolvet wat vloeibaarder) en als de nieuwe vacht al onder de oude vacht begint te groeien, waardoor de oude vacht er gemakkelijker afgaat. Juli is dan ook een goede scheermaand – wel is het dan oppassen met felle zonneschijn, waardoor de schapen kunnen verbranden zonder hun beschermende vacht. Dus zorgen dat ze na het scheren in de schaduw kunnen lopen. Gelijk met het scheren worden de klauwen bekapt: met een bekapmesje (of ander scherp mes) worden de losse en te lang doorgegroeide hoefdelen weggesneden, zodat een mooi vlak hoefje ontstaat. Dit wordt zo’n drie keer per jaar gedaan, afhankelijk van de ondergrond waarop ze lopen.
Ziekten? De Ouessant is weinig ziektegevoelig en van bepaalde ziekten denken we dat ze helemaal niet voorkomen bij dit ras: zwoegerziekte en scrapie bv. Maar de blauwtong van voorgaande jaren heeft wel flink huisgehouden en ook kan myiasis (aantasting door de maden van vliegen, die bij voorkeur hun eieren in een wat bevuilde achterhand leggen) flinke schade aanrichten.
Vruchtbaarheid. Ouessanten werpen jaarlijks één lam (incidenteel een tweeling) na een dracht van 21 weken. De eerste weken drinken de lammeren bij de moeder, maar al snel grazen ze met de kudde mee en doen ze zich ook te goed aan brokjes. Ze kunnen dan gespeend worden, ofwel gescheiden van de moeder en meestal gebeurt dat als ze ongeveer 4 maanden oud zijn. De moederooi kan dan wat herstellen voordat ze opnieuw gedekt wordt in het najaar. De lammeren zijn in datzelfde najaar al in staat om te dekken c.q. gedekt te worden, dus vanaf september moeten de rammen van de ooien gescheiden worden. Daarna kan gekeken worden welke ram welke ooien gaat dekken. Als de ram bv. begin november bij de ooien gaat geeft dat eind maart lammeren, begin december geeft eind april lammeren.Het komt voor dat een ooi ongemerkt verwerpt, op een later tijdstip opnieuw gedekt wordt en dus weken later alsnog een lam werpt. Ook bewust niet-gedekte ooien kunnen op een veel later tijdstip, als ze alsnog bij een ram lopen, gedekt worden. Lammetjes in de wei in augustus behoort dus tot de mogelijkheden.Soms blijven ooien incidenteel gust, dat wil zeggen dat ze niet drachtig zijn.Ouessanten kunnen vlot 10 jaar oud worden en ook zijn er dieren bekend die 15,16 jaar oud geworden zijn. Ooien op hogere leeftijd laten dekken is niet verstandig.
Waar koop je dieren? Kijk in kranten, tijdschriften en op het internet en ze worden vaak voor weinig geld aangeboden. Of het echte Ouessanten zijn valt niet te zeggen, evenmin over de grootte, afstamming en gezondheid.Dieren, die ingeschreven staan in het stamboek van de F.O.S. (= Fokkersvereniging OuessantSchapen) zijn in ieder geval qua afstamming Ouessanten en ook hun nakomelingen worden opgenomen in het stamboek. De prijzen voor deze dieren variëren al naar gelang de fokker (te) veel dieren heeft, er veel of weinig vraag is. Iedereen mag zelf zijn prijs bepalen, maar het zal ergens tussen de € 50, - en € 75, - liggen voor lammeren en tussen € 75, - en € 100, - voor oudere ooien. Bij de vereniging kunt U opvragen welke fokkers bij U in de buurt wonen en ook het kuddeboek (wordt elke 2 jaar aan de leden verstrekt) biedt een goed overzicht van alle fokkers met hun kuddes. Contact met meer ervaren fokkers kan heel prettig en leerzaam zijn in de wat onzekere beginnersfase. Bent U op zoek naar goede fokdieren, die voldoen aan de Standaardkwalificatie, dan moet U bij de S-fokkers zijn (zie lijst S-fokkers). Niet alle dieren van deze fokkers voldoen aan de S-kwalificatie, maar zij hebben in ieder geval aangetoond serieuze fokkers te zijn en zelf S-dieren te hebben gefokt. De prijzen van deze dieren zullen mogelijk dan ook wat hoger liggen.Zorg bij de aanschaf van dieren vooral voor een goede ram: over het algemeen dekt hij meerdere ooien en hij is dus heel bepalend voor de volgende generatie Ouessanten. Soms kunt U ook eerst eens een ram lenen of leasen van degene bij wie U de ooien gekocht heeft.
Hoe vindt de overdracht plaats? De eigenaar dient zijn dieren van een identificatiemiddel (= een oornummer op dit moment) te voorzien op het moment dat het dier zijn erf verlaat. Tevens moet er een vervoersdocument worden ingevuld, waarvan de vervoerder / nieuwe eigenaar twee doorslagen meekrijgt, die bewaard moeten worden bij het bedrijfsregister. Landbouwhuisdieren dienen vervoerd te worden in een voor het vervoer van vee geschikte aanhanger. Ook is handig als de eigenaar een kopie van de identiteitskaart meegeeft; het origineel moet hij opsturen naar de administratie ten einde het op de nieuwe eigenaar over te laten schrijven. Van dit administratiebureau Haverslag ontvangt U binnen enkele weken een nieuwe identiteitskaart.Als schapenhouder bent U verplicht zich aan te melden bij het Ministerie van L.N.V.(tel. 0800-2233322) voor het verkrijgen van een U.B.N. = Uniek Bedrijfs Nummer. Dit nummer is nodig voor de verplichte registratie in de I & R (= Identificatie en Registratie).
Overtollige dieren? Via mond op mond reclame, krant, tijdschriften en via onze website kunt U dieren te koop aanbieden. Ook tijdens de keuringsdagen van de vereniging F.O.S., die twee maal per jaar gehouden worden, wisselen er nog al eens dieren van eigenaar.Maar vooral rammen eindigen veelal bij een veehandelaar, aangezien er maar weinig rammen nodig zijn om een hele kudde te dekken.
Nog vragen? Op de website vindt U adressen waar U met al Uw vragen terecht kunt.Nog leuker wordt het schapenfokken als U lid wordt van de vereniging en 4 x per jaar Het Bulletin thuisgestuurd krijgt. Hierin behandelen we veel voorkomende vragen en problemen, kunt U uw eigen verhalen in kwijt en die van andere fokkers lezen, naast allerlei verslagen van bespreekdagen in binnen- en buitenland, aankondigingen van bijeenkomsten en keuringen, enz. Lid zijn van de F.O.S. werkt enthousiasmerend en we hopen op Uw komst.
Het Bestuur. |
|